10 Tips om ziekteverzuim te verlagen

Tip 1. Zorg voor een goed verzuimbeleid

Een goed verzuimbeleid voorkomt ziekteverzuim. Het opstellen van een op maat gemaakt plan betaalt zich snel terug, in tijd en in geld. Concreet biedt een goed verzuimbeleid de volgende voordelen:

  • de afspraken hoe om te gaan met ziekte en ziekteverzuim liggen voor werkgever, werknemer en bedrijfsarts toetsbaar vast;
  • de te volgen procedures en stappen zijn altijd helder, ook als verzuim weinig voorkomt;
  • het is duidelijk wanneer van externe deskundigen (bijvoorbeeld de bedrijfsarts) gebruik wordt gemaakt;
  • het geeft aan welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden medewerker, leidinggevende, HR(adviseur) en bedrijfsarts hebben;
  • het geeft aan welke middelen benut kunnen worden om het ziekteverzuim te voorkomen, te beheersen en terug te dringen.

Tip 2. Ziekteverzuimpreventie: Herken (vroege) signalen van verzuim

Ziekteverzuim voorkomen is beter dan genezen. Hoe eerder je serieus werk maakt van ziekteverzuimpreventie, hoe groter de kans dat je het verzuim kunt verlagen. Door vroege signalen te herkennen voorkom je verzuim, of verkort je de duur ervan.

Voorbeelden van vroege signalen van (dreigend) ziekteverzuim:

  • een medewerker geeft aan lichamelijke of fysieke klachten te hebben;
  • een collega vertelt dat het niet goed gaat met een werknemer;
  • je hebt weet van privéproblemen van een werknemer;
  • een medewerker ziet er vermoeid uit of oogt minder verzorgd dan normaal;
  • een werknemer gedraagt zich anders dan je gewend bent;
  • de prestaties van een werknemer gaan zonder duidelijke verklaring achteruit;
  • het contact van een medewerker met zijn collega’s verandert;
  • je signaleert problemen van een werknemer met klanten of collega’s;
  • je merkt dat een medewerker niet meer op tijd is voor zijn werk.

Herken je deze bij één van de werknemers? Maak bespreekbaar wat opvalt voordat ziekteverzuim plaatsvindt. Vraag wat de oorzaak is. Neem de tijd voor het verhaal van de medewerker. Ga niet in discussie over wat je signaleert, maar toon begrip voor wat erachter ligt en probeer van daaruit te zoeken naar oplossingen.

Tip 3. Zorg voor een veilige, gezonde werkplek/werkvloer

Ziekteverzuim verlagen begint met preventie. Een belangrijk onderdeel van ziekteverzuimpreventie is het creëren en behouden van een veilige, gezonde werkplek. Deze stap kun je op meerdere manieren aanpakken.

Met een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) kunnen zaken in beeld worden gebracht die de gezondheid van werknemers (op termijn) bedreigen of zouden kunnen bedreigen. Hierdoor wordt ziekteverzuim voorkomen. De RI&E moet periodiek herhaald worden om zicht te houden op de situatie op de werkvloer en ziekteverzuim te verlagen.

Ook de PsychoSociale Arbeidsbelasting (PSA) verdient bijzondere aandacht. Het is nuttig om in elke werkomgeving, maar zeker in een omgeving met veel kantoorgebonden werkzaamheden, specifiek aandacht te besteden aan de invloed van werkdruk, spanning rond werk, spanning in het privéleven en persoonsgebonden factoren op het geestelijk welzijn. Vaak kom je daarmee vroege signalen van overbelasting op het spoor. Het is een zinvolle manier om het ziekteverzuim te verlagen.

Tip 4. Creëer een open bedrijfscultuur

Dat de bedrijfscultuur een negatieve invloed kan hebben op ziekteverzuim is voor iedereen duidelijk. Omgekeerd zien we dat een jong, innovatief bedrijf zelden ziekteverzuim van betekenis kent. Kortom, het verbeteren van de bedrijfscultuur kan het ziekteverzuim verlagen.

Er wordt vaak gedacht dat een bedrijfscultuur niet veranderd kan worden, maar dit is een foute aanname. Wel is het belangrijk klein te beginnen. Verander de afdeling en niet het gehele bedrijf. 

Zorg ervoor dat medewerkers weer nieuwsgierig worden. Neem ze mee in die ontwikkeling, en neem vooral de schakels mee die er moeite mee hebben om te veranderen. 

Tip 5. Stimuleer een gezonde leefstijl

De grootste bron van ziekteverzuim is te vinden in de gezondheid van de werknemer. Onderzoek leert dat ongezonde zaken als roken, overgewicht, weinig bewegen, overmatig gebruik van alcohol en leven in constante spanning leiden tot meer ziekteverzuim.

Veel mensen denken dat een werkgever hier weinig aan kan doen. Je kunt een werknemer toch niet dwingen gezond te leven? Dat kan inderdaad niet, maar je kunt werknemers wel aanzetten tot gezonder gedrag en hiermee ziekteverzuim verlagen. Confronteer werknemers met de ongezonde aspecten van een leefstijl, en zet hierbij zelf de eerste stap (gezond eten aanbieden in een kantine, stimuleren van bewegen, hulp bieden bij het stoppen met roken, et cetera).

Gezonde en vitale werknemers verzuimen minder. De voornaamste aandachtsgebieden zijn:

  • gezond Bewegen
  • niet Roken
  • weinig Alcohol en geen drugs
  • gezonde Voeding
  • voldoende Ontspanning

Staat leefstijl nog niet op de agenda? Overweeg dan eens het wettelijk verplichte Periodiek ArbeidsGeneeskundig Onderzoek (PAGO) om te zetten naar een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Een PMO kijkt niet alleen naar  werkgerelateerde gezondheidsrisico’s, maar heeft een bredere blik. Stimuleer juist de mensen die het nodig hebben deel te nemen aan dit onderzoek. Hiermee verlaag je het ziekteverzuim onder medewerkers.

Tip 6. Laat waardering blijken

Vaak spelen gedragsmatige factoren een rol bij de keuze om wel of niet te verzuimen, en die factoren kun je beïnvloeden. Hierop letten helpt ziekteverzuim te verlagen.

Een goed voorbeeld van positieve beïnvloeding van gedrag is het laten blijken van waardering.

Tip 7. Wees betrokken bij werknemers

Min of meer in het verlengde van het laten blijken van waardering ligt betrokkenheid. Het draagt bij aan ziekteverzuimpreventie. Een goed ingestoken betrokkenheid (oprechte interesse, steun waar het nodig is, een spontane vraag of reactie, afstand waar dat gewenst is) heeft aanmerkelijke invloed op hoe de werknemer tegenover jouw en het bedrijf staat. Het heeft daarmee invloed op hoe de verzuimdrempel genomen wordt.

Tip 8. Houd rekening met de werk/privé balans

Een goede balans tussen privé en werk geeft energie. Een slechte balans heeft onmiddellijk invloed op de productiviteit, motivatie en betrokkenheid van werknemers. Maar het doet meer. Het structurele verlies aan energie kan op zichzelf leiden tot zowel psychische als lichamelijke klachten, en daarmee tot ziekteverzuim.

Maar ook het omgekeerde geldt, en daarmee heb je een factor om op de verlaging van ziekteverzuim te sturen. Bied werknemers dan wel de ruimte deze balans te vinden.

Tip 9. Zorg voor een goede samenwerking met je arbodienst

Essentieel in ziekteverzuim verlagen is een goede relatie met de partij die de beoordelingen van dat verzuim doet. Meestal is dat een arbodienst, soms een zelfstandig gevestigd bedrijfsarts. Maak duidelijk welk ziekteverzuim je als werkgever vertrouwt, maar vooral ook wanneer je extra actie verwacht. En luister naar de argumenten om die actie juist wel of juist niet uit te voeren.

Een goede relatie met je arbodienst, duidelijke wederzijdse verwachtingen, open staan voor elkaars expertise/ervaring en een proactieve houding (van arbodienst en werkgever) zijn de ingrediënten voor een succesvolle samenwerking om ziekteverzuim aan te pakken.

Tip 10. Voer een proactief gezondheidsbeleid om ziekteverzuim te verlagen

Preventie kan ziekteverzuim verlagen door te voorkomen dat het ontstaat. Een pro-actief gezondheidsbeleid is feitelijk niet anders dan voornoemde negen punten vertalen naar het beleid van de organisatie. Algemene doelen voor een gezondheidsbeleid zijn het vergroten van inzet en inzetbaarheid van werknemers, het voorkomen van onderbenutting en het tegengaan van uitval en ongewenst verloop.

Het belangrijkste is dit beleidsstuk niet alleen te schrijven, maar ook te vertalen naar company policy: een beleid dat tussen de oren zit van iedere leidinggevende en iedere werknemer. Laat je bij de implementatie van het beleid begeleiden door een ervaren partij, juist omdat vreemde ogen anders kijken dan je zelf gewend bent. 

10 Tips om meer draagvlak te creëren voor werkgeluk binnen je organisatie

Tip 1: Zet de pet op van je baas

Om erachter te komen hoe je het management meekrijgt in jouw plannen, raden we aan om je in hen in te leven. Denk kritisch na wat het bevorderen van werkgeluk binnen jouw organisatie het management oplevert. Zet dus de pet op van jouw ‘baas’ en kijk vanuit zijn of haar ogen naar dit onderwerp Wat zijn voor hen de specifieke voordelen van het hebben van gelukkige werknemers? Hoe kunnen zij hieraan bijdragen? Jezelf dit soort vragen stellen helpt om erachter te komen wat de rol van het management is in de zoektocht naar een gelukkigere organisatie.

Tip 2: Voorzie het management van de juiste informatie en laat resultaten zien

Zodra je voor jezelf helder hebt wat werkgeluk oplevert voor het management, laat dit dan aan ze zien. Bewijs dat gelukkigere werknemers daadwerkelijk een verschil maken voor de organisatie. Het beste is om feiten en/of cijfers te presenteren die duidelijk laten zien wat de winst is. Denk aan belangrijke uitkomsten als betere samenwerking, minder verzuim, meer en sneller resultaat en de invloed op de financiële positie van de organisatie. Het blijft natuurlijk een blik in de toekomst, maar schroom vooral niet om hier voorbeelden te gebruiken van andere organisaties waar werkgeluk al hoog in het vaandel staat.

Tip 3: Doe wat past bij jouw organisatie

Werkgeluk is een breed begrip dat je ook breed kunt inzetten. Er zijn allerlei kleine stapjes die je kunt zetten om werkgeluk een plek te geven op de werkvloer op een manier die past bij jouw organisatie. Organiseer bijvoorbeeld viermomentjes bij het succesvol afronden van een project. Denk na over in te voeren veranderingen die passen bij jouw organisatie en vooral bij jouw werknemers, dan hebben ze het meeste effect!

Tip 4: Zorg voor werkgelukambassadeurs

Wil je draagvlak creëren voor werkgeluk binnen jouw organisatie, dan is het van groot belang om meer mensen mee te krijgen die het belang van werkgeluk uitstralen en verspreiden. Stel daarom een werkgelukteam samen, bestaande uit verschillende werknemers die als werkgelukambassadeurs fungeren. Dit hoeven zeker niet alleen HRM’ers te zijn! Zoek werknemers die enthousiast zijn over het onderwerp, willen meedenken en hun bevlogenheid willen uitdragen. Daarmee vorm je een sterke basis voor de verspreiding van meer werkgeluk!

Tip 5: Vraag en organiseer feedback

Wanneer je een tijdje onderweg bent met het bevorderen van werkgeluk binnen jouw organisatie, dan is het belangrijk om na te gaan of wat je doet ook werkt. Vraag daarom aan werknemers wat voor hen wel en niet werkt. Ga actief op zoek naar feedback over de initiatieven die je onderneemt en wacht niet tot mensen zelf komen met hun mening. Organiseer feedbackmomenten of stap op werknemers af met de gerichte vraag ‘werkt wat we doen goed voor jou?’.

Tip 6: Begin klein in je eigen team

Als je het management (nog) niet meekrijgt in jouw plannen om werkgeluk te bevorderen, zet dan stappen met een team die hier de meerwaarde wél van inziet. Zo geef je het goede voorbeeld en in deze context maak je ook al veel impact. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van complimenten geven, een extra wandelingetje in de buitenlucht per werkdag of iemand proactief aanmoedigen om eens wat eerder naar huis te gaan. Werk je nog veel online? Stuur dan eens iets op naar je teamleden of organiseer een informele online borrel of lunch.

Tip 7: Neem de tijd

Een organisatiecultuur verander je niet in een dag. Neem daarom de tijd om meer werkgeluk te creëren in jouw organisatie en verwacht niet direct wonderen. Het gaat om het leggen van een sterke basis. Pas als de basis sterk is, kun je verder. Je hoeft dus niet direct een vakantie met z’n allen te organiseren of alle werkplekken om te gooien. Kijk vooral naar waar je vandaan komt, hoe je kunt verbeteren en wees trots op alle stappen die je maakt.

Tip 8: Vier successen

Wanneer je iets van de grond krijgt waar mensen blij mee zijn en het doet iets met ze, vier dat dan! Heb je bijvoorbeeld De Week van de Waardering ingezet en was dit een succes? Sta hier dan bij stil en deel met elkaar wat er allemaal goed ging en waarom dit voor jullie werkt. Ook hier geldt dat je klein mag beginnen en dat je alle stappen die je maakt als een succes mag zien, hoe groot of klein ze zijn.

Tip 9: Bedenk een naam die bij jouw organisatie past

Veelal hebben managers niet zoveel met de term ‘Werkgeluk’ of is het nog een onbekende term voor hen. Het spreekt niet altijd tot de verbeelding. Dit is geen probleem! Bedenk dan een andere naam die meer aanspreekt en die beter past bij jouw organisatie. Het mag van alles zijn. Denk aan termen als ‘duurzame inzetbaarheid’ of ‘welzijn’, zolang het maar in de smaak valt bij jouw werknemers. It’s all in the name!

Tip 10: Vergeet nooit te lachen!

Heel belangrijk: houd vooral zelf lol in je werk! Lukt het een keer niet? Lijkt het alsof niemand meewerkt? Slaat een idee minder goed aan dan je had gehoopt? Trek je schouders op en geef niet op. Je eigen werkgeluk blijft misschien wel het belangrijkste. Als hoofdambassadeur moet jij zelf eerst gelukkig zijn om het uit te kunnen dragen. Heel belangrijk is om te blijven lachen. Wanneer jij lacht, maak je gelukshormonen aan die daadwerkelijk zorgen meer energie, een gevoel van geluk, ontspanning en tevredenheid!

10 Tips om je groeimindset aan te zetten

Tip 1: Wees je bewust van je eigen mindset

Om een groeimindset te ontwikkelen is het van belang te ontdekken welke mindset je op dit moment hebt. Om dit te ontdekken, kun je jezelf vragen stellen als: Hoe ga ik om met obstakels? Wat zeg ik tegen mezelf als iets niet lukt? Welke indruk wil ik maken op anderen? En hoe kijk ik naar successen van anderen? Schrijf de antwoorden op deze vragen op en reflecteer er kritisch op. Leg ze naast de uitleg van de groei- en vaste mindset in dit artikel en ontdek welke mindset jij op dit moment aanneemt.

Heb je een vaste mindset? Dan komen de tips in dit artikel goed van pas om een groeimindset te ontwikkelen! Heb je al een (gedeeltelijke) groeimindset? Gebruik de tips in dit artikel dan om je groeimindset nog meer te ontwikkelen of om anderen hierbij te helpen.

Tip 2: Leer jezelf kennen

Bewust kiezen voor een groeimindset vergt zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen ontwikkel je door te weten wie je bent, wat je belangrijk vindt en waar je goed in bent. Oftewel: het ontwikkelen van zelfkennis is een must om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Zelfkennis doe je op door jezelf vragen te stellen als: Wat vind ik écht belangrijk? Waar krijg ik energie van? Waarin ben ik een voorbeeld voor anderen? En wat vind ik leuk aan mezelf?

Tip 3: Pas je taalgebruik aan

Hoe je praat over leren, ontwikkelen, fouten maken en opstaan zegt veel over hoe jij hierover denkt. Als je meestal spreekt in termen als fout, goed, slim en dom, dan werkt dit niet bevorderend voor het ontwikkelen van een groeimindset. Zeg jij tegen jezelf dat je iets ‘toch niet kan’? Dit zal je niet stimuleren om verder te oefenen. Let daarentegen kritisch op je taalgebruik en probeer taal in te zetten die jou en anderen stimuleert tot het ontwikkelen van een groeimindset. Geef anderen complimenten op basis van hun inzet en leg de nadruk op het belang van groei en uitdaging. Spreek dus altijd in het ‘nog niet’ kunnen van iets. Er is niemand die iets ‘niet’ kan!

Tip 4: Focus op het proces in plaats van op het resultaat

Focus voor het ontwikkelen van een groeimindset op het proces in plaats van op het resultaat. Het gaat er niet om wat het eindresultaat is van iemands inspanning, het gaat om die inspanning op zich. Je leert van oefenen, proberen, vallen, opstaan en doorzetten. Het zorgt ervoor dat je beter wordt in wat je doet. Daarom is het belangrijk hierop te focussen, zowel bij jezelf als bij anderen.

Vaak vergeten we terug te kijken op het proces dat we doormaken omdat we zo gefocust zijn op het eindresultaat. Denk daarom eens na wat je zelf allemaal al ondernomen hebt om verder te komen en zie in dat je hard werkt aan vooruitgang. Prijs anderen daarbij voor hun inzet, harde werk, doorzettingsvermogen en herhaal het belang van falen om hier vervolgens van te leren.

Tip 5: Bespreek je vooruitgang

Bespreek met iemand die je vertrouwt de vooruitgang die je hebt geboekt op een gebied dat belangrijk voor je is. Dit kan te maken hebben met zowel je werk als met je privéleven. Door het bespreken van vooruitgang met iemand voel jij je meer competent, positief en creatief. Door te praten of na te denken over vooruitgang stimuleer je een groeimindset. Doe dit dus zoveel mogelijk met de mensen om je heen. Vergeet niet om je gesprekspartner ook te stimuleren zijn of haar vooruitgang te bespreken!

Tip 6: Leer van je fouten

Fouten zijn er om gemaakt te worden. Wellicht een cliché, maar wel waar! Er is niemand die nooit een fout maakt, we zijn immers allemaal mensen. Belangrijk om te onthouden is dat de wereld niet vergaat als jij een fout maakt. Probeer de fout te relativeren en in te zien dat het uiteindelijk allemaal wel meevalt. Denk vervolgens kritisch na over hoe het komt dat je de fout maakte en wat je de volgende keer anders kunt doen. Dit leidt tot groei waardoor jij beter wordt in wat je doet.

Tip 7: Vraag feedback en hulp aan anderen

Andere mensen kunnen jou helpen om vooruit te komen. Je hoeft het niet alleen te doen! Het kan lastig zijn om zelf in te zien wat je al goed doet en wat nog beter kan. Een ander heeft hier vaak een objectievere kijk op. Vraag daarom feedback aan iemand die je goed kent en je hierbij kan helpen.

Daarnaast heb je soms hulp nodig om verder te komen. Denk bijvoorbeeld aan uitleg over iets dat je nog niet snapt of een duwtje in de rug als je het even lastig hebt. Schroom niet om hier anderen voor in te schakelen, zoals een vriend, familielid of collega. Mensen helpen je graag om te groeien. Vergeet ook niet om zelf een ander af en toe dat duwtje in de rug te geven!

Tip 8: Ontdek wat bij jou past

Leren van nieuwe dingen is van belang om als individu te groeien. Het leren van iets nieuws is heel divers en kan op allerlei manieren, vormen en tijdstippen. Niet iedereen ervaart dezelfde manier van leren als prettig en succesvol. Het is waardevol om te ontdekken welke manier van leren goed aansluit bij jouw behoeftes en zo het beste voor je werkt.

Probeer daarom verschillende manieren van leren uit en blijf variëren. Lees de ene dag iets uit een boek, luister de volgende keer een podcast en probeer uit hoe het voor jou voelt door iets in de praktijk toe te passen. Proef en ervaar wat bij je past! En onthoud ook hierbij: fouten maken mag altijd, daar word je juist beter van.

Tip 9: Gebruik het succes van anderen als inspiratie

Bij een groeimindset hoort het leren van en geïnspireerd raken door het succes van anderen. Stel jezelf daarom eens de vraag wie jij bewondert en waarom. Benader deze mensen en ga in gesprek met ze. Hoe zijn zij verder gekomen, welke fouten hebben ze gemaakt en hoe zijn ze hiermee omgegaan?

Onthoud daarnaast dat veel succesvolle mensen al een aantal keer op hun bek zijn gegaan voordat ze kwamen waar ze nu zijn. Verdiep je ook in deze bekende mensen, bijvoorbeeld door een biografie te lezen of een documentaire te kijken. Laat je inspireren door de veerkracht en het doorzettingsvermogen van anderen.

Tip 10: Stap buiten je comfortzone

Deze laatste tip is wellicht de belangrijkste van allemaal! Je komt niet vooruit als je blijft zitten waar je nu zit. Binnen jouw comfortzone liggen de dingen die je reeds kunt. Buiten je comfortzone liggen de dingen die je nog niet kunt, maar wel kunt leren. Om te leren moet je dus uit je comfortzone komen en dingen ondernemen die nieuw voor je zijn. Dit is soms erg spannend, maar dat hoort erbij. Zonder spanning ervaar je ook geen euforie en trots.

Buiten je comfortzone gaan betekent niet meteen dat je van een klif af moet springen of je baan op moet zeggen. Je mag klein beginnen en in overzichtelijke stappen denken. Wat komt er als eerste in je op tijdens het lezen van dit artikel? Schrijf het op, denk na hoe je het opdeelt in kleine stappen en onderneem actie.

Zelf las ik op reis ooit een quote die nog steeds op mijn prikbord hangt en waar ik sterk in geloof. Neem het met je mee en onthoud het elke keer wanneer het spannend is iets nieuws te doen.

“A ship in harbour is safe. But that is not what ships are built for.”

10 Tips om succesvol(ler) te netwerken

1. Durf zelf het gesprek aan te knopen

Veel mensen vinden het ongemakkelijk om een vreemde aan te spreken. Je zult uit je comfortzone moeten stappen. Als je dit lastig vindt, spreek dan iemand aan die eruit ziet zoals jij je voelt. Het zal voor diegene een opluchting zijn een gesprekspartner te hebben en het netwerkevenement voor jullie beiden makkelijker maken.

2. Toon oprechte interesse in je gesprekspartner

Om effectief te netwerken is het belangrijk om je niet alleen te richten op het uiteindelijke resultaat dat je met netwerken wilt bereiken. Het contact moet gemeend zijn. Laat je interesse in de ander blijken. Stel vragen die over de beleefwereld van de ander gaan. Begin het gesprek met zowel professionele als persoonlijke vragen. Luister goed en probeer gezamenlijke aanknopingspunten te zoeken. Hier kun je later op inhaken.

3. Blijf dicht bij jezelf

Laat niet alleen zien wat je doet, maar laat vooral zien wie je bent. Je bent namelijk meer dan werk. Ontspan, wees jezelf en heb geloof in je eigen kwaliteiten.

4. Wat je geeft, ontvang je terug

Het gaat er bij netwerken niet alleen om wat de ander voor jou kan doen, maar ook wat je voor een ander kunt doen. Het gaat om wederkerigheid en elkaar kunnen inschakelen wanneer dit nodig is. Anderen aan elkaar voorstellen werkt ook heel goed. Je bewijst hiermee dat je niet alleen bent gekomen om dingen te halen, maar dat je juist anderen ook wat gunt.

5. Zorg dat je iets zinnigs te vertellen hebt

Presenteer jezelf kort en bondig in een soort mini-elevator pitch en maak jouw gesprekspartner nieuwsgierig. Noem niet alleen je functienaam als mensen vragen wat je doet.

6. Zorg dat mensen zich jou herinneren

Heb je een leuk gesprek gehad of hebben mensen je al ergens mee geholpen? Bedank hen de volgende dag nog even met een mailtje en vertel wat je aan het contact hebt gehad.

7. Let tijdens netwerkbijeenkomsten op je houding

Je hebt nooit een tweede kans op een eerste indruk. Zorg dat je representatief bent. Zorg voor nette kleding die past bij wie je bent. Let op je non-verbale communicatie. Houd je rug recht en houd altijd één hand vrij voor het schudden van handen. Laat moeilijke hapjes dus staan, een glas in één hand is meer dan voldoende.

8. Zorg voor een goed netwerk-administratie systeem

Voeg als je thuiskomt van een netwerkbijeenkomst contacten toe op LinkedIn en sla contactgegevens op. Berg visitekaartjes (iedereen heeft ze nog) zorgvuldig op en maak daarbij aantekeningen wat de ander voor jou zou kunnen betekenen.

9. Onderhoud je netwerk

De kunst van het netwerken is niet zozeer het aangaan van nieuwe contacten, maar het onderhouden van je netwerk. Je netwerk hoeft je niet per se iets op de korte termijn op te leveren, maar kan op de lange termijn erg handig zijn. Onderhoud daarom je contacten. Wees hierin pro-actief.

10. Vergeet nooit te lachen!

In onze communicatie heeft lachen een groot effect. Mensen die vaak en makkelijk lachen, hebben over het algemeen een magnetische werking op anderen. Lachen ontspant en relativeert, waardoor je beter contact maakt met anderen.